U bevindt zich hier:Beginpagina - Wie we zijn - Gemeente - Link naar Plaatselijke regeling

Link naar Plaatselijke regeling

In deze nieuwe plaatselijke regeling van de PG Wemeldinge, zijn de aanpassingen n.a.v. de gemeenteavond 20 juni 2013
verwerkt. Daarnaast zijn hierin de adviezen verwerkt van de Classis Goes.
Tenslotte kan vermeld worden dat bij de verwijzing naar de nummering van de artikelen aansluiting is gezocht bij de
Ordinantie zoals deze vanaf 1-1-2013 binnen de PKN geldt.

 

Plaatselijke regeling van de Protestantse gemeente te Wemeldinge.

 

1  Samenstelling van de kerkenraad

2.1. Verkiezing van ambtsdragers algemeen

2.2. Verkiezing van ouderlingen en diakenen

2.3 Verkiezing van predikanten

3 De werkwijze van de kerkenraad

4 Besluitvorming

5 De kerkdiensten

6.1. De vermogensrechtelijke aangelegenheden – kerkrentmeesterlijk

6.2. idem, diaconaal

6.3. De vermogensrechtelijke aangelegenheden – begrotingen, jaarrekeningen, collecterooster

 

Ondertekening

Leeswijzer

Op een aantal onderdelen worden de relevante ordinantieteksten van de kerkorde van de Protestantse Kerk in Nederland weergegeven. De overige artikelen zijn de keuzes die kerkenraad en gemeente gemaakt hebben binnen de kaders van de kerkorde. De volledige plaatselijke regeling is aan te vragen bij de scriba van de kerkenraad.

§ 1. Samenstelling van de kerkenraad

Aantal ambtsdragers

Wat het aantal ambtsdragers betreft sluit de PHGW aan bij Ordinantie 4-6-3.


De kerkenraad bestaat uit:

predikant

1

ouderlingen

4

Ouderlingen -kerkrentmeester

4

Diakenen

4

Totaal

13

§ 2.1 Verkiezing van ambtsdragers - algemeen

Artikelen plaatselijke regeling

2.1.1. Stemrecht

De belijdende leden zijn stemgerechtigd. Tevens zijn de doopleden, die de leeftijd van achttien jaar hebben bereikt, stemgerechtigd. Gastleden worden in dezen gelijkgesteld met de leden.

2.1.2. Regels voor het stemmen

De stemming geschiedt schriftelijk.

Indien er meer kandidaten zijn dan er verkozen moeten worden, zijn van hen verkozen diegenen op wie de meeste stemmen zijn uitgebracht en die de meerderheid van de uitgebrachte stemmen hebben behaald, tot het aantal vacatures dat vervuld moet worden.

Indien voor een vacature geen van de kandidaten een meerderheid heeft behaald, vindt een herstemming plaats tussen de twee kandidaten die de meeste stemmen behaalden.

Staken de stemmen, dan vindt herstemming plaats. Staken de stemmen weer, dan beslist het lot.

§ 2.2. Verkiezing van ouderlingen en diakenen

2.2.1 De verkiezing van ouderlingen en diakenen vindt plaats in november.

2.2.2. De uitnodiging tot het doen van aanbevelingen, genoemd in Ord. 3-6-3, wordt ten minste vier weken voordat de verkiezing plaats heeft, door de kerkenraad gedaan.

2.2.3. Ouderlingen en diakenen worden indien de verkiezingslijst meer namen telt dan het aantal vacatures voor dat ambt gekozen tijdens een vergadering van stemgerechtigde leden. De uitnodiging om te stemmen wordt ten minste twee weken voordat de verkiezing plaats heeft, door de kerkenraad gedaan.

Ordinantie 3-7 KO-PKN -  De ambtstermijn van ouderlingen en diakenen

1. De eerste ambtstermijn van ouderlingen en diakenen is in de regel vier jaar. Zij zijn telkens terstond als ambtsdrager herkiesbaar, voor een per geval vast te stellen termijn van tenminste twee jaar en ten hoogste vier jaar, met dien verstande dat zij niet langer dan twaalf aaneengesloten jaren ambtsdrager kunnen zijn.

2. Zij die niet terstond herkiesbaar zijn, zijn eerst na afloop van een tijdvak van elf maanden na de datum waarop hun ambtstermijn volgens het rooster van aftreden verstreken is, verkiesbaar.
3. Indien een ambtsdrager is afgevaardigd naar een meerdere vergadering of als ambtsdrager zitting heeft in een regionaal of generaal college, kan de kerkenraad de ambtstermijn verlengen tot het einde van de termijn waarvoor deze als afgevaardigde is aangewezen of als lid is benoemd.
4. De kerkenraad stelt voor de ouderlingen en de diakenen een rooster van aftreden vast. Wanneer het gaat om de vervulling van een tussentijds ontstane vacature, handelt de kerkenraad met betrekking tot de datum van aftreden naar bevind van zaken.
5. Aftredende ambtsdragers houden zo mogelijk in de kerkenraad zitting tot hun opvolgers zijn bevestigd, doch in elk geval niet langer dan zes maanden na de datum waarop hun ambtstermijn volgens het rooster van aftreden verstreken is.
6. In de plaatselijke regeling voor de verkiezing van ambtsdragers wordt vastgesteld in welke maand de verkiezing van ouderlingen en diakenen wordt gehouden.

§ 2.3 Verkiezing van predikanten

De verkiezing van predikanten vindt plaats overeenkomstig Ordinantie 3-4-5 KO-PKN

§ 3. De werkwijze van de kerkenraad

Ordinantie 4-8 KO-PKN - Werkwijze

1.De kerkenraad komt ten minste zes maal per jaar bijeen.

2. De kerkenraad kiest jaarlijks uit zijn midden een moderamen bestaande uit een preses, een scriba en een assessor met dien verstande dat in elk geval een predikant deel uitmaakt van het moderamen.

3. Het moderamen heeft tot taak het voorbereiden, samenroepen en leiden van de bijeenkomsten van de kerkenraad, de uitvoering van die besluiten van de kerkenraad waarvoor geen anderen aangewezen zijn, en voorts, onder verantwoording aan de kerkenraad, het afdoen van zaken van formele en administratieve aard en van zaken die geen uitstel gedogen.

4. De kerkenraad kan zich in zijn arbeid laten bijstaan door commissies die door hem worden ingesteld en die werken in opdracht van, onder verantwoordelijkheid van en in verantwoording aan de kerkenraad.

5. De kerkenraad stelt telkens voor een periode van vier jaar een beleidsplan op, na daarover overleg gepleegd te hebben met het college van kerkrentmeesters, het college van diakenen en met alle daarvoor in aanmerking komende organen van de gemeente. Elk jaar pleegt de kerkenraad met dezelfde colleges en organen overleg over eventuele wijziging van het beleidsplan. Nadat de kerkenraad het beleidsplan of een wijziging daarvan voorlopig heeft vastgesteld, wordt dit in de gemeente gepubliceerd. De kerkenraad stelt de leden van de gemeente in de gelegenheid hun mening over het beleidsplan of de wijziging kenbaar te maken. Daarna stelt de kerkenraad het beleidsplan of de wijziging vast.

6. De kerkenraad maakt een regeling voor zijn wijze van werken, waarin in ieder geval wordt geregeld: het bijeenroepen van zijn vergaderingen, de agendering, de wijze waarop de gemeente wordt gekend en gehoord, de toelating van niet-leden van de kerkenraad tot zijn vergaderingen en het beheer van zijn archieven.

Met het oog op de kwaliteit van het kerkenraadswerk maakt de kerkenraad een regeling voor de wijze waarop en met wie jaargesprekken worden gehouden, onder wie in elk geval de predikanten die in de gemeente werkzaam zijn en ook de kerkelijk werkers die in het ambt zijn bevestigd. In de jaargesprekken komt aan de orde de kwaliteit van het werk van de kerkenraad als geheel en van de betrokkenen in het bijzonder als ook het welbevinden van alle betrokkenen. De gelijkwaardigheid van de ambten bepaalt het karakter van de jaargesprekken

7. De kerkenraad neemt geen besluiten tot het wijzigen van de gang van zaken in de gemeente ten aanzien van: het beantwoorden van de doopvragen door doopleden; het toelaten van doopleden tot het avondmaal; het verlenen van actief en passief kiesrecht aan doopleden; de wijze van de verkiezing van ambtsdragers; het zegenen van andere levensverbintenissen dan een huwelijk van man en vrouw; en ter zake van: de aanduiding en de naam van de gemeente; het voortbestaan van de gemeente; het aangaan van een samenwerkingsverband met een andere gemeente; de plaats van samenkomst van de gemeente; het verwerven, ingrijpend verbouwen, afbreken, verkopen of op andere wijze vervreemden van een kerkgebouw; zonder de leden van de gemeente daarin gekend en daarover gehoord te hebben. Het kennen en horen dient in elk geval plaats te vinden in de vorm van een beraad in de gemeente indien het beraad in de desbetreffende ordinantie is voorgeschreven.

3.1. Aantal vergaderingen. De kerkenraad vergadert in de regel 10 maal per jaar.

3.2. De vergaderingen van de kerkenraad worden ten minste zes dagen van te voren bijeengeroepen door het moderamen, onder vermelding van de zaken, die aan de orde zullen komen (de agenda).

3.3. Van de vergaderingen wordt een schriftelijk verslag opgesteld, dat in de eerstvolgende vergadering door de kerkenraad wordt vastgesteld.

3.4. Verkiezing moderamen. De jaarlijkse verkiezing van het moderamen bestaande uit een preses, predikant, scriba, een assessor, een diaken en een ouderling kerkrentmeester, geschiedt in de eerste vergadering van de maand januari.

3.5. Plaatsvervangers. In de vergadering genoemd in art. 3.4 worden de plaatsvervangers van de preses en de scriba aangewezen.

3.6. De gemeente kennen in en horen over: In de gevallen dat de kerkorde voorschrijft, dat de kerkenraad de gemeente kent in een bepaalde zaak en haar daarover hoort belegt de kerkenraad een bijeenkomst met de (betreffende) leden van de gemeente, die wordt aangekondigd in het kerkblad, dat voorafgaande aan de bijeenkomst verschijnt en afgekondigd op ten minste twee zondagen, die aan de bijeenkomst voorafgaan. In deze berichtgeving vooraf maakt de kerkenraad kenbaar over welke zaak hij de gemeente wil horen.

3.7. De kerkenraad kan besluiten dat gemeenteleden en andere belangstellenden als toehoorder tot een bepaalde vergadering toegelaten worden.

3.8. Het lopend archief van de kerkenraad berust bij de scriba, met inachtneming van de verantwoordelijkheid van het college van kerkrentmeesters voor de archieven van de gemeente uit hoofde van Ordinantie 11-2-7 sub g.

§ 4.  Besluitvorming

Ordinantie 4-5 KO-PKN - Besluitvorming

1.  In alle kerkelijke lichamen worden besluiten steeds na gemeenschappelijk overleg en zo mogelijk met eenparige stemmen genomen. Blijkt eenparigheid niet bereikbaar, dan wordt besloten met meerderheid van de uitgebrachte stemmen, waarbij blanco stemmen niet meetellen.
2.  Stemming over zaken geschiedt mondeling tenzij om schriftelijke stemming wordt gevraagd. Staken de stemmen, dan vindt herstemming plaats. Staken de stemmen weer, dan is het voorstel verworpen.
3.  Stemming over personen geschiedt schriftelijk. Wanneer er niet meer kandidaten zijn dan er verkozen moeten worden, kan mondeling worden gestemd als niemand van de aanwezige leden tegen mondelinge stemming bezwaar maakt. Indien één kandidaat wordt voorgesteld en de stemmen staken, vindt herstemming plaats. Staken de stemmen weer, dan is de kandidaat niet verkozen. Indien er meer kandidaten zijn dan er verkozen moeten worden, zijn van hen verkozen diegenen op wie de meeste stemmen zijn uitgebracht en die de meerderheid van de uitgebrachte stemmen hebben behaald, tot het aantal vacatures dat vervuld moet worden. Indien voor een vacature geen van de kandidaten een meerderheid heeft behaald, vindt een herstemming plaats tussen de twee kandidaten die de meeste stemmen behaalden. Staken de stemmen, dan vindt herstemming plaats. Staken de stemmen weer, dan beslist het lot.
4.  Geen besluiten kunnen worden genomen indien niet ten minste de helft van het aantal leden van het kerkelijk lichaam ter vergadering aanwezig is. Wanneer in een vergadering het quorum niet aanwezig is, kan ten aanzien van een op die vergadering ingediend voorstel een besluit worden genomen op een volgende vergadering die ten minste twee weken later wordt gehouden, ook wanneer dan het quorum niet aanwezig is.

§ 5. De kerkdiensten

5.1. De wekelijkse kerkdiensten van de gemeente worden volgens een door de kerkenraad vastgesteld rooster gehouden in de Maartenskerk, Kerkweg 5.

5.2. Bij de bediening van de doop van kinderen kunnen belijdende leden en doopleden de doopvragen beantwoorden.

5.3.  Tot de deelname aan het avondmaal worden zowel belijdende leden als doopleden toegelaten.

§ 6.1. De vermogensrechtelijke aangelegenheden – kerkrentmeesterlijk

6.1.1. Het college van kerkrentmeesters bestaat uit 9 leden.

6.1.2. Van de 9 kerkrentmeesters zijn er 5 ouderling. De overige 4 zijn geen ouderling.

6.1.3. Het college van kerkrentmeesters wijst uit zijn midden een administrerend kerkrentmeester aan, die belast wordt met de boekhouding van het college.

6.1.4. Tijdens de eerste collegevergadering van een nieuw kalenderjaar wijst het college de plaatsvervangers van de voorzitter en de secretaris aan.

§ 6.2. De vermogensrechtelijke aangelegenheden – diaconaal

6.2.1. Het college van diakenen bestaat uit 6 leden.

6.2.2.  Het college van diakenen wijst uit zijn midden een administrerend diaken aan, die belast wordt met de boekhouding van het college.

6.2.3. Tijdens de eerste collegevergadering van een nieuw kalenderjaar wijst het college de plaatsvervangers van de voorzitter en de secretaris aan.

§ 6.3. De vermogensrechtelijke aangelegenheden – begrotingen, jaarrekeningen, collecterooster

6.3.1. Voor de vaststelling dan wel wijziging van de begroting en voor de vaststelling van de jaarrekening worden deze stukken in samenvatting gepubliceerd in het kerkblad. De volledige stukken kunnen gedurende een week worden ingezien. Bij de publicatie worden tijd en plaats vermeld.

Reacties kunnen tot drie dagen na het einde van de periode van ter inzage legging worden gestuurd aan de scriba

 

 

Laatst aangepast op vrijdag, 05 februari 2016 08:57