U bevindt zich hier:Beginpagina - Kerkdiensten - Diensten - Zondag 12 februari 2017

Zondag 12 februari 2017

 

De  orde van dienst  voor zondag 12 februari   waarin  ds. D.H.J.  Steenks is voor te gaan en het ook weer jeugdkerk is,  kunt u lezen door de link  hieronder aan te klikken:

document Orde van dienst 12 februari 2017 (307 KB)

Door een storing van KPN is de kerktelefoonuitzending weggevallen, precies op het moment dat de preek begon. Daarom hieronder de preek van ds. Steenks.

 

Zondag 12 februari 2017.

Door een storing van KPN is de kerktelefoonuitzending weggevallen, precies op het moment dat de preek begon. Daarom hieronder de preek van ds. Steenks.

Schriftlezing Mattheüs 5 : 13 t/m 16

Uitleg en verkondiging

Gemeente van onze Heer Jezus Christus,

Wie ben jij? Die vraag word je vast wel eens gesteld. En wat zeg je dan? Ik ben die en die. Je noemt je naam, Swiebertje, Saartje bijv. en daarmee zeg je wel heel veel, maar eigenlijk ook weer niks. Die ander kan zeggen: ja, die naam komt me bekend voor of helemaal niet. Dan is het maar een naam. Maar achter die naam gaat een hele persoon schuil.

Als je wat dieper, persoonlijker ingaat op de vraag: wie ben jij? dan hebben we het over jouw identiteit. En waardoor wordt die identiteit bepaald? Ten eerste door je naam die je van je ouders hebt gekregen. Ze zeggen wel eens: zeg mij wie jouw ouders zijn en ik zal zeggen wie jij bent. Kortom je identiteit is heel erg bepaald door de opvoeding (of het gebrek daaraan). Ten tweede wordt jouw identiteit bepaald door de sociale context waarin je opgroeide – het gezin in zijn geheel, de school, de kerk als die meedeed, het werk (betaald of niet betaald), het land waarin je woont. Door die context ben je mede gevormd. Daarnaast zijn er ook de eigenschappen die je hebt, je karakter en je talenten, dat wat je kunt. Dat hele complex van factoren creëert jouw identiteit.

Wie ben jij? Vertel me eens iets over jezelf.

En wat vertel je dan? Dat je jong of oud bent, wat voor baan je hebt of hebt gehad, waar je vandaan komt. We zeggen niet vaak over onszelf: ik ben aardig, ik ben vriendelijk, ik ben goedlachs. Of ik ben bot, arrogant of vervelend. Laten anderen dat maar van ons zeggen.

Maar zeg je wel eens: ik ben gelovig? Of kunnen anderen dat aan jou zien? Hier gaat het eigenlijk vanmorgen over.

We staan stil bij het geloof als identiteitsbepalende factor. Wie ben jij? - Ik ben het zout van de aarde. Hebt u dat ooit wel eens van uzelf gezegd? Dat zou je voor de gein eens moeten doen als iemand aan je vraagt: wie ben jij? ‘Ik? Ik ben het zout van de aarde.’

Of.. ‘ik? Ik ben het licht in de wereld.’ Ik ben benieuwd wat voor gesprek je dan krijgt… als die ander dan al niet weggelopen is.

Jezus zegt het vanmorgen ronduit tegen ons. Jullie… jullie zijn het zout der aarde. Jullie zijn het licht in de wereld.

- Ben ik dat?

- Ja.

Het zou eenvoudiger zijn geweest wanneer Jezus had gezegd ‘zout van de aarde’ dat moet je worden of dat kun je worden of ‘ik hoop dat je het zal zijn’. Dan zouden wij gezegd: ja natuurlijk, maar… wij zijn ook maar mensen. Of… daar zijn we nog lang niet aan toe joh, we hebben de handen al vol.

Maar er staat in Mattheüs niet dat je het moet worden, kunt worden of zult worden. Jezus zegt: je bent het. Punt.

Je bent het. Vanaf het moment dat Jezus Christus iets in ons leven is gaan betekenen. Toen zijn we zelf ook iets gaan betekenen. Als gemeente, als individu. Jezus bepaalt mede onze identiteit. Laat ons zout zijn, en laat ons oplichten.

Het is niet zomaar wat, wat wij zijn: Zout en licht. Zulke vitale elementaire dingen. Heel nuttig. Niets is nuttiger dan zout en zon (nihil esse utilius sale et sole) schrijft de Romeinse auteur Plinius die in dezelfde tijd als Jezus leefde, van het jaar 23 tot 79. Sale et sole klinkt dat mooi in het Latijn. Maar het aardige is de combinatie van die twee. Zout en zon. Dat komt heel dicht bij de woorden van Jezus. Jullie zijn het zout van de aarde, en even later: jullie zijn het licht in de wereld. Zout en zon, zout en licht, dat zijn de beelden waarmee zijn leerlingen en over hun hoofden wij als navolgers van Jezus worden aangesproken. Waarom deze beelden, deze metaforen? Op welke wijze raken ze aan de manier waarop wij met ons geloof in de wereld van alledag staan?

Het springende punt in deze beeldspraak zit hem vooral in het aspect van de onmisbaarheid. Zout en licht zijn essentieel en onmisbaar. Nu is er nog veel meer onmisbaar in het leven. Maar Jezus geeft hier geen complete catalogus van onmisbaarheden. Het draait niet om het beeld zelf, maar om de betekenis ervan.

We zeggen vaak tegen onszelf of tegen anderen: niemand is onmisbaar om onszelf vooral niet te belangrijk te maken of om onszelf gerust te stellen dat je best een tijdje afwezig kan zijn op je werk. Maar dat is niet wat we vanmorgen tegen elkaar zeggen. Integendeel. Beste mensen, jullie zijn wel onmisbaar in deze wereld! Het beeld van het licht is daarbij het meest duidelijk: Zoals het licht onmisbaar is en aan de basis van het leven staat (Genesis begint ermee), zo zijn jullie onmisbaar.

Maar hoe zit het met dat zout? Is dat ook onmisbaar?

U weet misschien dat het Nederlandse woord salaris komt van het Latijns salarium en dat betekent: zoutrantsoen. Dat gaat terug op de Romeinse tijd dat bepaalde gestandaardiseerde hoeveelheden zout als betaalmiddel fungeerden.

Daaruit blijkt hoe de Euro avant la lettre inderdaad als onmisbaar werd beschouwd. Iedereen had zout nodig. Alleen zo kon het dus een algemeen aanvaard betaalmiddel worden. Niemand kan zonder zout, zonder inkomen leven.

Zout en licht geven aan dat we onmisbaar zijn, nodig voor het leven, om te leven.

Maar er is nog meer over te zeggen.

Iemand die een zoutloos dieet volgt weet het: zonder zout is er niks aan. Het is flauw. Ja zout geeft smaak. Je bent dus ook nog smaakmaker. Wie zou dat van zichzelf durven zeggen?

Nou u en jij dus!

Jezus zegt er wel bij dat het zout z’n kracht kan verliezen, smakeloos kan worden. Dan wordt het weggegooid. Als wij niet meer leven, als wij geen werk maken van onszelf, van wie wij zijn, als we niet meer in beweging zijn, als geloof een standpunt is geworden, of nog erger een rustbed, als we ons niet laten uitstrooien, maar klonteren in een bestaan op-je-zelf en voor-je-zelf... dan heeft het zout zijn kracht verloren. Is er niets meer aan. Dwaas is dat. Dom ben je.

Laten we ons licht eens schijnen over dat andere beeld. Licht, zichtbaar. Een stad op een berg zelfs. We denken aan een tijd zonder straatverlichting, we denken aan dwalende mensen die ergens een oriëntatiepunt vinden: daar is licht, die stad op de berg, daar is leven, daar zijn mensen, zo moeten we lopen. De mensen moeten het zien, staat er. Je steekt ook geen lamp aan om hem vervolgens onder een korenmaat weg te zetten.

Maar wij zijn als de dood voor diegenen die hun christen-zijn zo etaleren, die zo te koop lopen met hun vroomheid en hun goedheid, die zo nodig moeten laten zien wat ze zijn geworden. Dat zie-ons-eens mensdom / christendom.

Maar Jezus zegt: je bent het. Je hoeft niet te doen alsof, je hoeft niet expres te staan stralen, jij bent het. En dat zal blijken. Als je het licht van het Licht (met een hoofdletter) opvangt en weerkaatst. Doe nu maar gewoon wat er te doen is en zeg nu maar wat er te zeggen is. In alle bescheidenheid. Niet te bescheiden natuurlijk, want dan stop je jezelf teveel achter de bank en dat is gewoon niet goed. Leef nu maar als gemeente met elkaar.

Spreek een bemoedigend woord, stuur een kaartje, klop eens op de schouder. Zie om naar mensen en deel mee van wat je ontvangen hebt. Kies voor de dingen die er toe doen. En in deze dagen voeg ik eraan toe: denk goed na op welke partij je gaat stemmen, want je stem doet er toe. Zeker in deze tijd. Je stem is belangrijk, laat ‘m niet verloren gaan. Overweeg, beslis en stem. Want die stem die staat voor vrijheid en verantwoordelijkheid. Doen wat er te doen is. Leef in het licht.

Dan zullen de mensen zeggen: daaraan heb ik wat gehad, dat heeft mijn bestaan verhelderd, daardoor kon ik een weg vinden. Het gaat er niet om dat je zichtbaar moet worden, maar het gaat er om dat de weerkaatsing van het Licht in jou, door jou niet verborgen kan blijven. Het zál mensen op weg helpen.

Je bent onmisbaar, je bent smaakmaker, je straalt wat uit. Gemeente, ik kan met helemaal voorstellen dat u dit hoort en er moe van wordt. Weer die opdrachten en de idealen… Moet ik weer van alles doen, moet ik weer van alles willen.

Maar toch is dat hier in deze tekst niet aan de orde. We moeten deze tekst in het licht plaatsen van wat er aan vooraf gaat. De zaligsprekingen. Gelukkig wie… nederig van hart zijn, de treurenden etc. Eigenlijk gaat Jezus hierop door met zijn beelden van zout en licht:

Gelukkig zijn jullie, als je afhankelijk van God leeft, gelukkig zijn jullie, als je verdriet hebt om wat kapot is, gelukkig zijn jullie, als je zachtmoedig bent en verdragen kunt, als je medelijden hebt, zuiver van hart bent en uit op vrede en recht. Gelukkig ben je als je dat kunt laten zien, als je dat bij jezelf toelaat. Het is eerder een bemoediging dan een opdracht: wees wie je bent. Werk zoals je bent. Straal uit wat je bent. Wie ben je? Laat maar zien.

Zoals veel Friezen tegen mij zeiden toen ik predikant werd. Ik dacht hoe krijg ik dat klaar – predikant zijn in een gemeente waar net een hele populaire predikant weg was. Ik was een beginneling, ik wist het allemaal nog niet zo goed. Gewoon jezelf zijn, werd mij toevertrouwd. Jezelf zijn. Nou ja, dat ben ik toen maar gaan doen. Mezelf zijn. Nog niet zo eenvoudig als het lijkt hoor. En misschien hebben ze er in Oentsjerk wel spijt van gehad dat ze dat gezegd hebben…

Gewoon jezelf zijn. Dan bén je zout van de aarde en licht in de wereld en dan ben jij, bent u onmisbaar. Je bent van waarde. Dat is toch een prachtige gedachte. Tenzij je zo dwaas wilt zijn om ongelukkig te willen worden en je jezelf verstopt en niet laat zien wat je bezig houdt, niet laat merken wat jou jou maakt.

Ik sluit af met woorden van iemand, een gewoon mens eigenlijk, die heel erg zichzelf is geweest en die zeker zout der aarde en licht van de wereld is geweest, Nelson Mandela. Hij schreef woorden die mij net als de woorden van Jezus diep troffen, zeker in deze dagen van veel onzekerheid en angst en doemdenken en populisme en polarisatie.

Onze diepste angst is niet dat we beneden de maat zijn.

Onze diepste angst is dat we meer dan gewoon zijn.

Het is ons licht, niet onze duisternis die ons afschrikt.

We vragen onszelf af:

Wie ben ik dat ik briljant zou zijn,

geweldig getalenteerd, of bijzonder?

Werkelijk... wie ben jij om er te zijn?

Jij bent een kind van God.

Je klein voordoen, dient deze wereld niet.

Er is niets glorieus aan jezelf klein maken,

zodat andere mensen zich niet onzeker voelen in jouw buurt.

Wij zijn bedoeld om te schitteren, zoals kinderen doen.

Wij zijn geboren om de glorie van God uit te stralen, die binnen in ons is.

Die is niet slechts in enkelen van ons, die is in iedereen.

En wanneer wij ons licht laten schijnen

geven we ook aan andere mensen de ruimte om het zelfde te doen.

Aangezien wij bevrijd zijn van onze eigen angst,

zal onze aanwezigheid ook anderen vrij maken.

Wie ben jij? Ik? Eeh…

Ik ben zout. Ik ben smaakmaker. Ik ben licht. Ik ben onmisbaar. Ik ben kind van God.

Amen.